| | |
DIAGNOSE VOLGENS DE TCG

Voor veel Westerlingen is het raadplegen van een Chinese arts in het begin wat vreemd, maar veel technieken en benaderingen werden ook toegepast door een traditionele 18e-eeuwse Westerse arts. De nadruk ligt op een uitgebreid onderzoek van de patiënt en het stellen van vragen om symptomen en de achterliggende oorzaken van de aandoening te identificeren.

Een consult met een CG-arts vindt plaats volgens een vast stramien. De vier fasen van een consult stellen de arts in staat een gedetailleerde diagnose te maken. Na het onderzoek stelt de arts een diagnose, waarin het syndroom wordt geïdentificeerd en waarin de kruiden worden aangegeven die de patiënt na het consult kan afhalen.

De vier fasen van een consult:

Kijken: De arts ‘kijkt’ eerst naar de patiënt, daarbij lettend op het voorkomen, de gelaatsuitdrukking, de teint, houding en het gedrag. Al deze aspecten geven informatie over de onderliggende energieniveaus en kracht. Een goede arts kan al deze informatie in één oogopslag verzamelen.

Horen en Ruiken: De arts luistert in deze fase naar de stem en de adempatronen van de patiënt en ruikt de lichaamsgeuren. (In het verleden werd in deze fase ook ‘geproefd’ ; artsen proefden de urine van patiënt om te achterhalen of deze zoet was, een indicatie voor suikerziekte)

Vragen en Antwoorden: De arts stelt vragen over de specifieke symptomen en vraagt de patiënt of hij/zij; koud of warm is, dorst of honger heeft, kalm of rusteloos is, pijn heeft.

Voelen: Ten slotte voelt de arts de patiënt. Het belangrijkste aspect hierbij is het opnemen van de hartslag. De arts voelt om de beurt beide polsen om de negen basispulsen voor zijn diagnose te meten. De arts kan ook de huid betasten om de temperatuur op te nemen en de structuur te bekijken en om te kijken of er zwellingen zijn.